Raoul Wassenaar
grafisch ontwerper
Fase / Reprise
Deventerstraat 213
7322 RE Apeldoorn
055 3014720
info@raoul.cc
profiel . / . portfolio . / . weblog

Ik houd ervan hoe treinen je traag een grote stad binnentrekken. Hoe in
de huizen en gebouwen (een mantra van ramen, balkonnetjes, interieurs)
het volle leven zich manifesteert als een decor vol beloftes.
Al dat treinen. Wie behept is met een romantische geest, moet tot aan
de tanden gewapend zijn niet ten onder te gaan aan de dagdagelijkse
banaliteiten die het leven achteloos en wreed voor onze voeten strooit.
Iemand zei: 'Ik kijk porno als was het antropologie, stil mijn honger met
weemoed. Ik wil niet vechten tegen de slaap, niet schrijven tegen de zin.
Ik ben de uiterste consequentie. De vrije val.'
Alles performance. Alles voor alles een performance.
Ik keer terug in de tijd. Denk aan hoe de jeugd mij verliet. Zachtjes knijpt
ze in mijn arm, zegt, als het helder is, helder en zacht, trek ik een lijn, kan
je Nijmegen zien.
September 2011
(Voor Eveline)

'Ik haat ironie. Het is iets voor extreem middelmatige mensen die de hersens
of de moed niet hebben hun haat te focussen.' Deze zinnen ik had ze
willen schrijven komen iemand anders toe. De mateloze ironie waarmee
men zich wapent; het is niet alleen iets wat ook mij ergert, fraai is vooral de
wijze waarop deze ergernis vertaald wordt. Dit begint met een zin als manifest:
'Ik haat ironie.' Ik houd van zinnen als manifest. Sterk is eveneens het contrast
tussen 'extreem' en 'middelmatig' en de koppeling van deze twee woorden,
een verbond dat ironisch genoeg de middelmatigheid nu juist versterkt.
Dan het gave mantra 'middelmatigmensenmoed' en 'hebbenhunhaat'.
Dat haat voor deze denker iets positiefs is, blijkt ten slotte uit 'focussen'
(waarmee hij tevens zijn eigen scherpte predikt).
Ik moet aan je denken. Dat moet.
Als ik aan je denk, hou ik van je. Als ik niet aan je denk, denk ik van niet.
Als ik ons intiem zie, dan genesteld: ik een curve, jij binnenin beschermd.
Geen seks.
Niemand onredelijker dan jij. Cioran waardig vernietig je roekeloos je talent.
Wat rest is cappuccino voor al te modieuze Rotterdammers die godvergeten
struikelen over hun eigen ijdelheid. Beter zou je geiler zijn.
Ik denk na over Robert Hoods 'Minus' over Steve Reichs 'Violin Phase'
over Anne Teresa's 'Fase' en de bliksem die insloeg jaren geleden.
Radicaliseren buiten het domein van de religie, de terreur dat is pas radicaal.
(Maar ik moet nog gaan begrijpen wat het betekent in-de-wereld-te-zijn.)
Al jouw getroebleerde verhoudingen, al mijn getroebleerde verhoudingen.
De vrees voor middelmatigheid.
Alles is imago. De manie, de gekte, het exces. De haat een deugd. 'This film
might hurt your feelings.' Onzeker en wreed. Ik denk aan Vegter, aan jou,
aan Vegter: 'Wil nu godverdomme iemand opstaan en me vasthouden.'
Doorheen de jaren ik heb geprobeerd niet van je te houden.
Dit bleek onmogelijk.
September 2011

De zaallichten zijn op volle sterkte. In het publiek beweging en gesprek;
eenieder is al een tijdje binnen. Dan komt de danser uit het donker,
linksachter, naar voren gelopen exact naar het midden van het podium,
helemaal vooraan. Het geroezemoes verstompt. Met branie kijkt ze zaal in;
'vanavond zal het een en ander beslecht worden'. Ze doet wat rek- en
strekoefeningen. Tergend langzaam heft ze haar rechterbeen, tot ze haar
knie op 90 graden heeft, en laat het evenzo traag zakken. Ze laat haar voet
zo lang als mogelijk net boven de vloer hangen totdat ze, uiteindelijk,
met haar teen de vloer raakt en haar voet 'landen laat'. Details geven de
doorslag. Zo traag deze 'warming-up', zo traag dempen de zaallichten
tot het donker. Dit minimalistische en provocatieve schouwspel duurt minuten.
Sommige bezoekers, niet bekend met de radicaliteit van de danser, vrezen
voor wat nog komen gaat. Dan loopt Anne Teresa naar links waar, geheel
aan de zijkant van het podium, een platenspeler staat. Ze pakt een plaat,
haalt het vinyl uit de hoes en plaatst de hoes zo tegen de tafel waarop de
platenspeler staat, dat de cover zichtbaar wordt voor het publiek. Ze onthult
het program: 'Joan Boaz In Concert, Part 2.' Ze plaatst het vinyl op de
platenspeler, pakt de naald, zoekt de juiste groef en we horen applaus.
De danser tart het publiek, vertraagt in extreme mate de overgang tussen
opmaat en aanvang, doorbreekt de vierde wand (door de 'functie' van het
publiek te 'adopteren' op het podium) en claimt met bravoure het applaus.
Anne Teresa de Keersmaeker. Once.
Zo wil ik ontwerpen.
April 2011

Louter stemmingen bepalen de toon, dirigeren de route. Maar wat is
dat nu precies, gestemd zijn? Ik twijfel aan alle oprechtheid. Hier geen
stream of consciousness alles is bedacht. Bedacht zonder controle,
zoveel is zeker. Een huwelijk tussen grilligheid en melancholie.
Ik leg geen composities uit. Ik ben veranderd.
Op een bankje in het park zit een vrouw. Ze is een jaar of veertig,
maar lijkt jonger. Ze draagt een groen jasje. Ze is slank, jongensachtig.
Ze zit voorovergebogen, heeft haar handen in haar haar en staart naar
de grond. Wat is er van haar leven geworden, nu ze over de helft is?
Welke keuzes heeft ze gemaakt, welke gelaten?
Zal zij de dans nog doen?
Nimmer besluit ik haar met laatste woorden.
Met de noorderwind zal ik dalen.
Februari 2011

Sar die zweeft. Misschien is dit wel zo mooi omdat het 'intrinsiek
waarachtig' is. Een training; geen camera's, geen belangen, nauwelijks
een arena. Er liggen al wat ballen in het doel. De hand volledig open.
De rechtervoet, een elegante buiging. Wat heet esthetiek.
Het stormt buiten. Ik tatoeëer overtuiging in mijn aderen ben baldadig
als Balotelli. Het maakt mij niet uit hoeveel bomen ik nog verplaatsen
moet jou een vergezicht te bieden, een horizon, een grens die het donker
mogelijk maakt. Ik volhard in volharden, dupliceer dogma's, blijf geloven.
Man moedig. Een Maas die ons verbindt. Maar hard fietsen is ook een
soort zweven langs Hollandse wateren, over dijken, met zicht op
Rotterdam. Altijd weer terugkeren naar die gore rotstad. Ik word beter.
Echt, beter. Steeds beter.
Januari 2011

Waarachtige voornemens.
Geen banaliteiten toestaan. De stilte omarmen (of slechts luisteren naar
mooie muziek). Dialogen vruchtbaar maken, wijze woorden weggeven.
Pogen, blijven pogen. Looking out for love. Big, big love. Sein und Zeit
maar nu echt en helemaal. Rosas.
Want wees welkom Rosas, in deze nieuwe wereld. Rosas of hoe de o
en de s een rol spelen in de naam van je gelukkige ouders. Ik denk aan
de dans, als het je vermag. Aan grondpatronen, een mantra van cirkels
en de klassieke muziek waar ik van leren houden moet.
Toon bravoure, laat je niet kapen door meedogenloze regels, een baas die
blaft of de druk van sociale media (in het geding te zijn). Anerkennung.
Luister naar Glenn Gould's schitterende BWV 974 Adagio. Lees Pascal.
Neem poëzie serieus. Maar vergeet alles wat ik toon; mijn woorden
zullen verdwenen zijn als jij sterker wordt.
Durf te twijfelen. En houd de gedachte aan je broer Nino levend.
December 2010
(Voor Stephanie)

Aan het begin van de film 'Reconstruction' komt een man een bar binnen en
ziet een mooie vrouw zitten. Hij schuift aan en vraagt of ze meegaat naar Rome.
Ze moeten zich haasten bovendien, want het vliegtuig vertrekt zo. De vrouw,
Aimée, lacht om deze verleidelijke openingszin. De twee praten wat, stellen
zich voor en dan vraagt zij wat hij eigenlijk van haar wil. 'Afscheid nemen',
zegt Alex en reconstrueert de situatie.
Iemand ontmoeten gedreven door het verlangen afscheid te nemen
een ontroerend gegeven.
In 'Reconstruction' draait het om de schrijver August en zijn vriendin Aimée
en om de fotograaf Alex en zijn vriendin Simone. Dat het hier een schrijver
en fotograaf betreft, is geen toeval. Evenmin is het toeval dat Aimée en Simone
gespeeld worden door één en dezelfde actrice. Saillant is eveneens dat de
voice-over ingesproken wordt door August, de schrijver binnen (of van?) het
verhaal. Kort voor de net aangehaalde openingsscène horen we hem zeggen:
Het is allemaal film. Allemaal constructie. En toch doet het pijn.
[ ]
Een antropologe heeft mensenkennis, ik verlies de realiteit soms uit het oog.
Droom te veel, vrees de diepte, maar koers intuïtief 'opdat de zakelijkheid
de ontroering niet inhaalt'. Misschien dichtte ook ik jou een rol toe; maar de
grilligheid der dingen laat zich niet reguleren.
Ik doe een oefening in gelatenheid. Reconstrueer de constructie en mijmer
verder. De schoonheid warmer en zachter dan gedacht duikt nog verder
in haar jas. Ik weet: wie de arbeid ruilt voor de dans, heeft een groot hart.
Afscheid nemen is weinig Nederlands.
Er hoeft voorlopig niemand te sterven.
November 2010

Leest Davids Spinoza?
Dit zijn louter overwegingen. Wie denkt dat ik geen lange zinnen schrijven kan,
moet anders varen. Ik evoceer liever beelden dan dat ik ze maak.
Maar als men mij zou vragen hoe te ontwerpen, dan Davids.
Een imponerend krachtenveld technisch begaafder dan gedacht.
Grillig en stuurs. Raadselachtig en gecodeerd.
Ik wil dat het raadselachtig is. Raadselachtig en gecodeerd.
De rotondes die het toelaten, ik rijd rechtdoor. Ach, de zekerheid waarmee
actrices over zichzelf praten elke twijfel geïnternaliseerd, gecultiveerd
in een cultuur 'waar gevoelens het bewijs moeten leveren'.
(Weet wie mij langer kent raadselachtiger zal ik praten.)
Ooit, op een omslag: Davids wil weten waarom.
Dat is mooi. Davids wil weten waarom.
Oktober 2010

Er zijn geen wetten die zeggen hoe het moet, geen steden die een
plan voorschrijven noch een wijsheid die het weet. Ook de stilte biedt
geen richting, want wie de tijd ontnomen is, blijft present.
Nino, mooie jongen, waar ben je dan?
Mijn tranen komen met zinnen. Gezanik en gezeur, feestjes en flauwekul
kan mij het verrotten: ik zie iemand moederloos moeder zijn.
(Verlies valt niet te schilderen.)
Ik zie iemand veerkrachtig zijn, buigen maar niet barsten, voortvaren
en bewonder, want met grammatica valt deze opgaaf niet te spellen.
Alleen voor jou is de herfst zo zacht dit jaar.
Kijk eens hoe gracieus de bladeren vallen.
Oktober 2010
(Voor Petra)

'Am I more myself or less myself without you?'
Dit vind ik een zinvolle vraag. Er is ook een meer wetenschappelijk filosofisch
verhaal over identiteit, over een schip dat op reis gaat en waarvan, één voor één
en zeer zorgvuldig, elke plank tijdens de reis vervangen wordt en of men,
bij aankomst, nog wel over hetzelfde schip spreken kan.
Mijn eigen reis interesseert mij meer, want welke positie neem ik in om over
mijzelf te kunnen spreken? En hoe beschrijf ik dan dan dit buiten? Ik ben klein,
moet compenseren. Maar nu het winter wordt, de zon daalt mijn silhouet
maakt mij groter. (Herlees mijn brieven jij en zie wat ik zag.)
Binnenkort kom ik thuis. Wat te verwachten? Vier jaar lang zwerven: twee jaar
adrenaline, twee jaar rust, één onmogelijke vrouw. 'Mag ik deze dans van u?'
Ik weet al lang niet meer welke realiteit het meest waarachtig is.
Wie het donker deelt met de koningin, vermorzelt haar reputatie.
Ik wis mijn geschiedenis. Doe als of er niets aan de hand is. Nevel maant het
landschap kalm, sereen. 'Jij ', luister eens naar de vertes van Vladislav Delay.
Alles is open, als je dat denkt.
Ergens wacht een cadeau op mij.
Het is te groot om te vervoeren.
Groeien.
Bloeien.
Een struik bouwen
voor een vlinder.
To hell with others.
September 2010

Hier spreekt de nacht. Met een beloofd bericht, op een tijdstip voor
gevorderden. Ik kom al mijn woorden na. Debiteer geen onbenulligheden.
Al jaren leef ik met iemand die er niet is, altijd wegloopt. Net als zij,
ben ik bang voor de val. De vraag is: in welke mate kleurt onze angst
de diepte? Het vuur trekt uiteindelijk toch alles krom.
Om mijn angsten te bezweren maak ik meters. Ik ben reiziger geworden.
Rijd door het landschap. Den Bosch, Eindhoven en Utrecht. Rotterdam.
Misschien rijd ik op een dag wel helemaal naar Luik.
Ik ben zo wars van banaliteiten, dwing mijzelf dit parcours. Jazeker,
ik ken meer modellen dan componisten. Verander mijn leven voor
de zoveelste keer. Deel het donker met de koningin.
Ik kijk naar de sterren die zij ook zou moeten kunnen zien.
Is dat niet waar de nacht voor bedoeld is?
Augustus 2010

Je in het centrum begeven is niet alleen een kwestie van gelokaliseerd
zijn, maar een gebeuren dat men zelf moet initiëren. Ik weet maar
al te goed: het stadse licht schijnt feller. Feller dan in welke periferie,
waar het eerder donker is.
Er valt een zomers buitje. Het blad ruikt als ooit, eerder, toen we samen
waren, verstrengeld als twee diertjes zo natuurlijk. Ik zou je willen
zien nu, deze avond willen delen, willen dat de afstand overbrugbaar
zou zijn voor onbezonnen initiatieven, jouw nabijheid voelen, vieren.
Ik ben hoopvol de hardnekkigste der religies.
Met elke dag die verstrijkt kom je dichterbij; een ingewikkelde logica
die ons altijd eigen is geweest. Voor wie goed kijkt is de R een P
maar stabieler. Ik herneem wat verhalen uit de vurige stede; denk
aan een winters decor, waar een waterige zon het gras betreedt.
En alles draait om jou, alles draait om jou.
Dat heb ik zo besloten.
Juni 2010

Zie ik mijzelf daar staan soms? Ja en nee.
We spreken acht jaren later. Waar ik wilde vluchten van het grafisch
ontwerpen door paradoxaal genoeg het juist alleen nog maar over
ontwerpen te hebben, kiest hier iemand een andere route.
Gaat dit alles nog wel over grafisch ontwerpen? Getuigt een testament
van redactie? Onderzoekt een vrolijke grafvisite de ambiguïteit van
het beeld? Toont een luxueus hok pragmatisch inzicht? Verhaalt een
5 kilometer lange worsteling ritme, dictie en maat?
Zie hem staan: 'Die opdrachtgever komt wel. Die opdrachtgever kan altijd nog.'
Er wordt hard gelopen, geverfd en verdeeld. Er wordt getatoeëerd
(opnieuw), getreurd en gebouwd. Er wordt verbonden en vergeleken.
Er wordt geëxperimenteerd.
De grondslag van dit doen is het vinden van een uitweg.
Een uitweg als vluchtroute tot inzicht.
De vraag is of dat slaagt. Fascinerend is het wel.
Mei 2010

Ik spel: La-za-re-a-nu.
Hoeveel beelden vertellen mij wie iemand is?
Hoeveel beelden zijn daar nu voor nodig?
De lente wil maar niet vlotten. Jij verschuilt je in een groezelige industrie
van raadselachtigheid. Ik drink thee met weerstand. Lees Kundera:
Op het moment dat iemand ons gedrag gadeslaat, passen wij ons aan,
of we willen of niet, aan de ogen van hen die ons bekijken en niets van
wat we doen is meer waar. Publiek hebben, rekening houden met het
publiek, betekent leven in een leugen.
Het model modelleert. Strike the pose.
Show, don't tell. Show.
Ik ben in strijd met wat heet hoofdhonger. De diëtiste is een metafoor.
Het is droog in alle uiterwaarden; deze buffers voor overvloed. Ik schrijf
een brief. En nóg een. En nóg een. Moet ik soms met mijn talent gaan
leuren? Heus, later, als ik ouder ben, als alle zekerheden mij ontvallen
zijn, ik zal een ander leven gaan leiden. Meer waar.
April 2010

Ik spel: La-za-re-a-nu.
Roemeense wildebras. Voor wie mooi is de halve wereld.
Maar mijn vlees is niet zo mager.
Het is lang geleden dat ik je schreef, te lang geleden dat ik je schreef.
Het was Katendrecht vanaf daar. Proloog op de periferie: dit onooglijk
schiereiland in het midden van de wereld, waar toch niemand komt.
Men bouwt een brug, naar het schijnt.
De lente roept ons aan. Dus laten we dansen, laten we dansen en eten.
Spijs verteren. Laten we lopen langs oevers, smachtend naar vloeiende
volzinnen mijmeren over wat komen gaat. Laten we realistisch zijn.
En verliefd worden opnieuw en wederom. Onze contradicties koesteren,
want deze gevonden regels vormen geen wet. En laten we hebben over het
lichaam van Freja Beha Erichsen en de films van Nuri Bilge Ceylan.
Jij zegt: 'Ik zal komen, afstand overbruggen. En werp een steen;
de overkant benieuwt mij.'
Ik intussen, word verliefd op dichters en dansers, temper mijn onrust,
koester mijn geduld. Vraag mij niet waar ik ben. Ik heb geen idee.
Ik zoek naar een plek waar wij het liefste zijn. En herhaal Bowie.
Love me
Love me
Love me
Love me
Say you do
Maart 2010
Laten we iets zeggen over Michael Haneke.
In Haneke's eerste films, gebruikt hij steevast een zwart vlak. Dit zwarte vlak
onderscheidt de verschillende scènes. In de ene film staat de duur van het
zwarte vlak relatief gelijk gelijk aan de voorafgaande scene, in een andere film
worden nu juist de zwarte vlakken overal even lang getoond. Soms is de scène
voorafgaand aan het zwarte vlak keurig afgerond, een andere keer 'interrumpeert'
het zwarte vlak de scène (en kunnen we ons voorstellen hoe het 'onder' het
zwarte vlak verdergaat). Te allen tijde 'leert' het ons: 'Dit is film, u kijkt naar
een geconstrueerde realiteit.
Het zwarte vlak is Haneke's vierde wand.
Haneke's eerste films kunnen we rekenen tot de zogenaamde 'counter-cinema'.
Haneke richt zijn pijlen op clichématige Hollywood cinema en maakt diametraal
tegenovergesteld werk: de films zijn ijzig en onplezierig om naar te kijken, kennen
een open einde en zijn eerder realistisch dan fictief. Identificatie met de personages
bovendien, is nauwelijks mogelijk. Dit verandert met 'Funny Games', daar maakt
Haneke gebruik van ten minste twee Hollywood principes: goed versus kwaad,
en het idee 'suspense': hoe zal de film eindigen? Het betekent een radicale
wending in het oeuvre van Haneke. Belangrijker: Haneke doorbreekt voor het
eerst de vierde wand.
In 'Funny Games' richt één van de hoofdrolspelers zich rechtstreeks tot de
kijker en vraagt hen 'aan welke kant zij staan'. Het zwarte vlak is transparant
geworden, is de opgeheven scheiding tussen kijker en bekekene. De vierde
wand is hier de 'incarnatie' van het zwarte vlak.
In Caché heeft Haneke de Hollywood scenario's nog subtieler geïnternaliseerd
en draait het ogenschijnlijk om de vraag 'Who Done it?' Voor wie het zo lezen wil
biedt de slotscène catharsis op deze vraag wie Haneke beter begrijpt, komt daar
niet mee weg. In Caché krijgt het hoofdpersonage George videobanden van zijn
eigen huis toegestuurd. De vraag wie deze banden gestuurd heeft zorgt voor het
'Hollywood-traject', maar is in wezen irrelevant. (Haneke speelt wel met dit gegeven
door de zwembadscène: eenieder is in potentie dader.) De positie vanwaaruit
het huis gefilmd is, laat echter geen camera toe. Beter begrijpen we de camera
dan ook als het geweten van George of als 'het alziende oog'.
De vraag naar de maker van de banden wordt pas echt interessant als we
kijken naar het perspectief van de camera, de camera die middels statisch
kader 'louter registreert'. Het huis van George wordt op deze manier vastgelegd,
maar de eerder besproken slotscène kent een zelfde perspectief. En ook
Georges confrontatie met Majid kent eenzelfde statisch kader.
De vraag naar de maker van deze beelden, naar wie George in de gaten houdt,
wordt zelf 'in vraag gesteld' als het statische kader terugkeert in George zijn
eigen nachtmerries. (Is George soms zelf de maker?) Georges nachtmerries
zijn een vervorming van een 'feitelijk' traumatische gebeurtenis in zijn jeugd.
Deze gebeurtenis wordt in Caché door middel van een flashback getoond.
Beide scènes kennen wederom eenzelfde statisch kader.
Zo worden 'feit' (de flashback) en 'fictie' (de nachtmerrie) binnen de film zelf,
gelieerd aan de vierde wand. Rest de vraag naar de maker van deze beelden
dit statische, registrerende kader. Een mogelijk antwoord is even eenvoudig
als ambigu: Caché begint met een opsomming van de makers van de film.
Het tot vierde wand 'geïncarneerde' zwarte vlak leert ons: 'Dit is film, u kijkt
naar een geconstrueerde realiteit.'
Februari 2010
Zij zegt: 'Ik hou van je.
Ik hou van je, ik hou van je, ik hou van je. Afstand maakt niet uit, tijd
evenmin. Zo moet je het niet zien, zo moet je niet denken. Ik hou van je,
ik hou van je, ik hou van je. Wees niet bezorgd, ongerust allerminst.
Talm elke woede, benut je talent, wees onbezonnen. Ik hou van je.
Jij hebt mijn leven veranderd.'
Geleidelijk aan wordt alles witter, steeds witter. Kou die maar niet optrekt.
Ik zie een metro deinen richting de grootstad. 35 Rhums. Claire Denis.
Een periferie die lijkt op die van Luik, die lijkt op de periferie van elke
grootstad. De grootstad die ik zo mis. Centrum van ideeën.
Dit bouwen gaat traag. Mijn leven een herhaling van zetten.
Maar weet, ook ik groei naar het licht.
Januari 2010
wie leert mij dichten
in dit besneeuwde landschap
waar witte wolken genadeloos
hun slag sloegen
toch, kijk mij eens zijn
stralen naar trotse ouders
alle problemen lach ik weg
'heus ik ben er'
en loop met jullie mee
over lastig begaanbare wegen,
ondoorgrondelijke paden,
en schier onmogelijke routes
ik blijf een kind van de lente
zo zullen we het afspreken
zo zullen we het vastleggen
December 2009
Hoe ik landschappen schilder, valt niet te zeggen.
Niet te volgen en te laat, altijd te laat. De weken halen mij in.
Wars van sentimentaliteit, van een menigte louter uit op effect.
Een mantra van vertwijfeling overvalt mij. Buiten vriest het.
Ik loop door uiterwaarden, langs een meanderende rivier, onder een
wonderlijke zon, ergens achter de Veluwe. Wederom op vrije voeten.
Jij bent verder.
Er is geen constructie. Er is geen constructie. Er is geen constructie.
In de verte glooit België terra incognita. Wij deelden ons zweet.
Of: waarom wij van de weg af raakten.
Ik ensceneer het applaus.
Mij treft het zelden bijzonder.
November 2009
dit ben ik
dichterbij is een beeld niet geweest
dit ben ik
in alle gradaties mogelijk
tegen een grillige achtergrond
dit ben ik
in elke overweging
peinzend, dubbend, zoekend
vol vertwijfeling
Oktober 2009
(Voor Marienke)
Meisje op bank leest voor uit sprookje.
Adembenemende zinnen rondom.
Een borstkas. Een buik. Twee handen.
Een dialoog continueert. Een dans.
Oktober 2009
Cassières lang denk ik na
over de te nemen stappen,
verlang ik naar daadkracht.
Ik ontwerp een vlag.
Een kade. Uiterwaarden.
'Ach, waarom ook niet...'
En laat het niet los,
nooit laat ik het los,
want wil het niet kwijt.
Een grillig construct ben ik.
Een pleidooi voor het donker.
Gedrogeerd door verlangens.
September 2009
Misschien taal ik beter in het schrijven. Over mijn spreken weinig te spreken
formuleer ik gedachten als gedichten. Maar geen dichter, hoogstens dichter.
Dichter zoals helen, dichten, de wond die geneest taal ik zoals het mij lijkt,
laat ik overal mijn woorden slingeren.
September 2009
Dichter zoals naderen en nabijheid probeer ik te geraken waar ik wezen wil,
laat ik mij verplaatsen door wat mij raakt.
